Ocan's Spotlight: Roxanna Muller

Nederland telt meer dan 150.000 inwoners met wortels in Curaçao, Aruba, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba. Duizenden hiervan zijn op hun eigen manier succesvol. Stichting Ocan, voortgekomen uit het Overlegorgaan Caribische Nederlanders, plaatst dit jaar elk week één van hen in het licht. Deze week de vrolijke 45-jarige Roxanna Muller, geboren in St. Maarten en opgegroeid in Nederland.

"Drie jaar geleden raakte ik door een reorganisatie mijn baan kwijt bij een bank waar ik twintig jaar gewerkt had. Wat nu, dacht ik. Ik ben mijn broer Chris gaan helpen met de administratie van zijn dansschool en de decoratie voor zijn salsafeesten. Op een bepaald moment vroeg hij of ik eten wilde verkopen tijdens die feesten. Ik heb lang getwijfeld, maar het was een succes. Mensen vonden het lekker. De echte omslag kwam toen Chris in Bonaire ging wonen. Ik heb me ingeschreven als ondernemer en stond vorig jaar bij de vieringen van Curaçaodag, Arubadag, Bonairedag en Keti Koti. Daarna werd het stil en wilde ik eten gaan aanbieden in buffetvorm. De Caribische keuken is meestal kant- en klaar, dus nasi met kip of saté met batata. Ik wil dat mensen kunnen kiezen, warm met koud combineren als ze dat lekker vinden. Ik maakte dus een Facebook-event aan: All you can eat Caribbean Soul Food met wel 40 gerechten. Die twee dagen waren binnen weken uitverkocht.''

 

Inspiratie

"Toen ik nog bij de bank werkte, had ik een aandeel in een bedrijf van een vriendin voor taarten en decoraties. We gingen het hele land door voor bruiloften en feesten en bezochten balloon conventies in het buitenland. Zo ontstond mijn interesse. Maar als Antillianen vierden we onze feesten toch al uitbundig. Mijn moeder organiseerde altijd grote kerstbuffetten en gaf voor mijn zevende verjaardag alle gasten zelfs een levend kuikentje mee naar huis. Op de verjaardagen van mijn kinderen had ik springkussens en suikerspin-machines in de tuin. Het maken van hapjes is toen langzaam begonnen, want je kunt veel zelf doen. Steeds meer mensen vroegen of ik dat ook voor hun feestjes wilde doen.''

 

Obstakels

"Er wordt veel gepraat over de leuke kanten van een eigen bedrijf, maar daar zit veel achter. Er zit veel werk en tijd in. Er komt veel stress bij kijken. In 2015 stond ik op de Antilliaanse feesten in Hoogstraten in België. De organisatie wilden een mooie presentatie van voedsel bij het podium, maar het was op die plek niet goed verlicht en er liepen weinig mensen langs. De organisatie en ik waren beiden niet tevreden. De tweede dag ging al veel beter. In de Antilliaanse gemeenschap kent bovendien echt iedereen wel iemand die iets lekkers kan maken. Het is dus de vraag wat jou uniek maakt. Ik hoor vaak dat het mijn uitstraling is, maar mensen vinden mijn eten ook gewoon echt lekker.''

 

Dankbaar

"Mijn broer heeft altijd gezegd dat ik een eigen zaak moest beginnen: Je eten is lekker, je vindt het leuk, dus doe het gewoon. We hebben maandenlang elke donderdag plannen gemaakt. Hij was echt de push om er iets van te maken en hij doet dat nog steeds nu hij op Bonaire woont. Dankzij mijn moeder heb ik veel bijgeleerd over het maken van gerechten. Veel kon ik zelf, maar zij is echt van de oude stempel. Ze helpt ook bij het voorbereiden en snijden van ingrediënten. Mijn kinderen, vriendinnen en ex-man helpen ook. Mijn tante Anita heeft mij en mijn broer als kinderen naar Nederland gehaald, zogenaamd voor vakantie. Ik vond het meteen leuk en ben nooit meer weggegaan. Achteraf besef ik dat het een goed doordacht plan was, omdat we in Nederland veel meer kansen en mogelijkheden hadden.''

 

Tip

"Mijn belangrijkste advies is: denk er goed over na. Je moet goed kijken wat je kunt. Ik heb zelf lang getwijfeld, omdat ik er nog niet voor honderd procent achter stond. Maar nu heb ik een duidelijke droom en een doel. Het werk bij de bank verdiende goed, maar dit is echt van mijzelf, iets waar ik helemaal voor ga en waar ik veel waardering voor krijg. Ik doe het nu nog vanuit huis, met alle ellende van dien. Uiteindelijk wil ik een eigen restaurant."

Auteur: Otti Thomas