‘Bestrijding armoede moet een samenspel tussen het rijk en de BES-eilanden zijn’

Door René Zwart

Utrecht – De Tweede Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties debatteert op 13 september met de staatssecretarissen Tamara van Ark (Sociale Zaken) en Raymond Knops (Koninkrijksrelaties) over de uitkomsten van het onderzoek naar het bestaansminimum in Caribisch Nederland.

Het rapport van het bureau Regioplan is op voorhand omstreden, want waarom bereken je eerst wat een huishouden minimaal aan inkomen nodig heeft om vervolgens op discutabele gronden de ondergrens 25% lager te leggen? Voor Koninkrijksrelaties. Nu reden de opsteller van het in 2014 door het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) gepubliceerde rapport over het bestaansminimum op Bonaire, senior wetenschappelijk onderzoeker drs. Marcel Warnaar, op te zoeken.

Er worden veel termen door elkaar gebruikt: sociaal minimum, leefbaar inkomen, bestaansminimum, armoedegrens etc. Welke is de juiste?

,,Dat weet ik ook niet, maar bij het Nibud hebben wij het over voorbeeldbegrotingen. Hoe je het ook noemt, het gaat om de noodzakelijke uitgaven om de maand rond te komen en ook nog om enigszins mee te kunnen doen met de maatschappij. Elk jaar is er discussie over wat noodzakelijk is. Tien jaar geleden was een mobieltje dat niet, nu wordt dat als onontbeerlijk beschouwd. Eerst alleen voor volwassenen, maar nu al voor kinderen vanaf 12 jaar.”

Wat is het nut van een sociaal minimum?

,,Het wordt voor veel zaken gebruikt, bijvoorbeeld in de schuldhulpverlening om vast te stellen hoeveel iemand kan aflossen. Ze worden niet gebruikt om de hoogte van de bijstand te bepalen, maar als uit onze minimumvoorbeeldbegrotingen en de daarop gebaseerde armoedecijfers van her Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat bepaalde groepen het duidelijk slechter hebben wordt er door de regering wel rekening mee gehouden, is mijn indruk.”

U heeft in 2014 een rapport over Bonaire gepubliceerd. Dat is door toenmalig staatssecretaris Klijnsma van tafel geveegd. Is u verteld waarom?

,,Nee. Het ministerie was overigens niet de opdrachtgever, dat was het Openbaar Lichaam Bonaire. Wij hebben het wel gepresenteerd op het ministerie. Later las ik dat het niet bruikbaar werd bevonden omdat wij bijvoorbeeld autokosten hadden meegerekend. Dat was niet zonder reden, want er is geen openbaar vervoer. In Europees Nederland zit een fiets in de voorbeeldbegroting, maar dat is op Bonaire geen optie. Niemand fietst daar en dat snap ik wel. Ik ben een getraind fietser en ben een keer van Rincon naar Kralendijk gefietst. Dat viel heuvel op in die hitte niet mee.”

De staatssecretaris had kunnen zeggen: haal die autokosten er uit.

,,Ik denk dat er ook andere afwegingen een rol speelden. Bijvoorbeeld het onderlinge wantrouwen tussen Den Haag en de bestuurders op Bonaire. Overigens zijn autokosten in het nieuwe onderzoek toch weer meegerekend.”

‘Verbazingwekkend dat mensen op Bonaire met zo weinig inkomen in leven weten te blijven’

De uitkomsten van uw onderzoek waren alarmerend genoeg om in actie te komen.

,,Ja, ik heb het zelf ook als schokkend ervaren. In Europees Nederland zie je groepen, bijvoorbeeld gezinnen met 3, 4 kinderen, die niet rondkomen, maar dan praat je over tientjes in de maand en niet over honderden dollars. Dat mensen op Bonaire überhaupt met zo weinig inkomen in leven weten te blijven is verbazingwekkend. Er worden allerlei overlevingstechnieken ingezet waarvan je je moet afvragen of dat wenselijk is. Rekeningen niet betalen, met drie generaties in een kleine woning, door op het criminele pad te gaan… En dat geldt niet alleen voor mensen in de onderstand. Ook het minimumloon is niet voldoende om in je eentje rond te komen, laat staan met kinderen.”

Onder zware druk van met name de Eerste Kamer is er nieuw onderzoek door het bureau Regioplan gedaan. U heeft het rapport vast gelezen.

,,De uitkomsten zijn goed vergelijkbaar. Dat kan bijna ook niet anders want bij dit soort onderzoeken ga je heel feitelijk te werk: wat je nodig hebt om te leven is redelijk objectief vast te stellen. De bedragen in ons rapport en in die van Regioplan verschillen niet veel, zeker als je er rekening mee houdt dat er vijf jaar tussen de onderzoeken zit.”

Dus eigenlijk zijn er jaren verloren gegaan. De discussie hoe de armoede aan te pakken had toen al gevoerd kunnen worden.

,,Ja. Aan de andere kant zijn wij wel blij dat het nieuwe rapport bevestigt dat wij ons werk goed hebben gedaan, want dat werd toen in twijfel getrokken.”

Is het niet frustrerend dat uw rapport – naar nu blijkt ten onrechte – terzijde is geschoven?

,,Zo werken die dingen. Het komt wel vaker voor dat een advies niet wordt opgevolgd of niet helemaal. Soms is dat een financiële kwestie, dan gaat de oplossing te veel geld kosten. Na het verschijnen van ons rapport is wel de kinderbijslag in Caribisch Nederland ingevoerd. Wie weet heeft dat mede met de inzichten uit ons rapport te maken.”

Het rapport van Regioplan wijkt op één cruciaal onderdeel af: eerst is net als door u berekend wat je minimaal nodig hebt aan inkomen, maar vervolgens is de optelsom van noodzakelijke uitgaven met 25% verlaagd om de ondergrens te bepalen. Dat lijkt op een truc om de werkelijkheid te verdoezelen dat de helft van de BES-burgers in armoede leeft.

,,In Europees Nederland gebeurt dat niet. De armoedefinitie die het Sociaal Cultureel Planbureau hanteert is gebaseerd op ons mandje. Wij stellen een pakket samen dat minimaal noodzakelijk is om de maand rond te komen. Daar kun je niet zomaar 25% van afhalen. Ik heb dat niet eerder gezien.”

‘Een verlaging met een kwart voor iedereen is veel te grofmazig’

Zou het kunnen dat het niet in het eerste concept van Regioplan heeft gestaan, maar er op verzoek van het ministerie in is gekomen?

,,Ik ben er niet bij geweest dus ik weet dat niet. Ik kan maar één ding bedenken waarom het is gedaan en dat is vanwege de variëteit in uitgaven. Die zit hem bijvoorbeeld in de woonlasten. Iemand die in een hutje zonder hypotheek woont betaalt minder aan huisvesting dan iemand die aangewezen is op de particuliere huursector. Maar een verlaging met een kwart voor iedereen is veel te grofmazig. Je moet ook niet te veel rekening houden met wat mensen daadwerkelijk uitgeven. Je kunt nu eenmaal niet meer geld uitgeven dan je hebt. Je kunt daarom niet zeggen: omdat iemand minder geld uitgeeft heeft hij ook minder nodig. Misschien woont iemand wel noodgedwongen in een hutje omdat die niet het inkomen heeft voor een fatsoenlijke woning.”

Feit is dat huisvestingskosten zwaar meewegen in het mandje aan noodzakelijke uitgaven.

,,Ik ben er niet op tegen die uit het mandje te halen. Dat is logischer dan de ondergrens voor iedereen met 25% te verlagen. Haal de wooncomponent er uit en compenseer dat door de invoering van een huurtoeslag voor mensen die het nodig hebben. Dat lijkt me een betere oplossing.”

U heeft 5 jaar de tijd gehad om na te denken over een oplossing voor de armoedeproblematiek op Bonaire.

,,Ik geef toe dat het ingewikkeld is. De beste manier is natuurlijk er voor te zorgen dat er voldoende goedbetaalde banen zijn, maar dat krijg je niet van vandaag op morgen voor elkaar. In Europees Nederland is dat ook niet het geval. Het is ook niet goed de Nederlandse oplossingen op de eilanden los te laten, het vraagt om een samenspel tussen rijk en openbare lichamen. Wat niet logisch is is dat de regering zou zeggen: armoedebeleid is alleen jullie zaak. Dat wordt ook niet tegen Texel gezegd. Het rijk bepaalt in Europees Nederland voor het overgrote deel de inkomenspolitiek met allerlei voorzieningen en regelingen. Er is huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag etc. De armoede op Bonaire is veel wijdverbreider en ook veel dieper dan in Europees Nederland, maar daar bestaan dit soort toeslagen niet.”

In Den Haag hoor je dat de oplossing niet alleen moet worden gezocht in het verhogen van de inkomens.

,,In Europees Nederland is de bijstand ook te laag om rond te komen, maar om die reden bestaan er allerlei ondersteunende maatregelen en voorzieningen zoals die toeslagen. Het voordeel is dat je er daarmee voor zorgt dat het geld terecht komt waar dat nodig is. Het nadeel is dat je een ingewikkelde administratie hebt. Voor de eilanden zou je ook kunnen denken aan ondersteuning in natura.”

Nog één ding: het Nibud stelt jaarlijks minimumvoorbeeldbegrotingen op voor huishoudens in Europees Nederland, maar niet voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Die horen toch ook bij Nederland?

,,Het zou wel logisch zijn om de eilanden mee te nemen. Dat past ook in onze missie: Een Nederland zonder geldproblemen. Maar wij zijn geen overheidsinstantie.”