Is het einde in zicht van sociale achterstelling Caribisch Nederland?

 

Ganzevoort in gesprek met de toenmalige Bonairiaanse gedeputeerde Nina den Heier | Foto Nico van der Ven 

Wat heb je als inwoner van Bonaire, Sint Eustatius of Saba aan inkomen nodig om de maand rond te komen? Vorige kabinetten hebben niet de indruk gewekt het antwoord op die toch fundamentele vraag te willen weten. Pas onder grote druk van met name de Eerste Kamer komt het er toch van. Binnenkort presenteert staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken) de uitkomsten van het onderzoek naar het bestaansminimum in Caribisch Nederland.

Door René Zwart©

Den Haag – Nederland is na 2010 tekort geschoten bij het vormgeven van de sociale zekerheid en de ontwikkeling van de economie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Maar ook de lokale politiek gaat niet vrijuit. Dat stelt voorzitter van de Eerste Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties Ruard Ganzevoort (GroenLinks) als we hem spreken over de armoede op Bonaire. Die is sinds 10-10-10 alleen maar toegenomen terwijl de bevolking was beloofd dat het er na de staatkundige hervorming beter op zou worden.

Kunnen we spreken van een (voorlopig) mislukt experiment van staatsrechthobbyisten?

,,Je weet niet hoe het gegaan zou zijn als we die hervorming niet hadden gedaan. De wereldwijde crisis heeft het bovendien niet vergemakkelijkt. De eilanden die sterk afhankelijk zijn van toerisme hebben een behoorlijke knauw van de crisis gekregen. Dat heeft direct gevolgen gehad voor de armoede. Ik vind het daarom te gemakkelijk om te beweren dat de armoedeval alleen het gevolg is van keuzes die toen zijn gemaakt. Je kunt wel zeggen dat wij er te weinig in geslaagd zijn een aanvaardbaar voorzieningenniveau en een goede staat van levensonderhoud te realiseren. Dat was overigens ook niet het primaire doel van 10-10-10. Er moest wat gebeuren omdat het land Nederlandse Antillen niet goed meer functioneerde en er allerlei onvrede was. Maar de mensen verwachtten toen terecht dat ze er op vooruit zouden gaan. Op sommige terreinen is dat gelukt, als je naar de armoede kijkt is het totaal nog niet gelukt.”

Hoe heeft dat kunnen gebeuren?

,,De economische ontwikkeling is achtergebleven. Dat is deels door de crisis, maar er is ook een gebrek aan aandacht geweest. Vanuit Den Haag èn vanuit het lokale bestuur. Als je een bestuurscollege hebt dat geen goed beleid ontwikkelt, kun je er geld inpompen wat je wil, maar dan gebeurt er niks. Op Saba zie je hoe het ook goed kan gaan. Maar als er structureel te weinig geld komt vanuit het Rijk gaat het ook niet lukken. Daarnaast is er een ambivalente houding tegenover Nederland. Aan de ene kant wordt veel van Nederland verwacht en aan de andere kant mag Nederland zich nergens mee bemoeien. Dat maakt het lastig samen oplossingen te vinden. Wat daarbij ook een rol speelt is dat Nederland soms enerzijds wat te scheutig is geweest met het aan de eilanden opleggen van maatregelen en anderzijds te vaak de hand op de knip heeft gehouden in het sociale domein. Daardoor heeft men het gevoel wetten door de strot geduwd te krijgen terwijl Nederland bij een concreet probleem niet helpt bij de oplossing, maar zegt: laten we eerst onderzoek doen, dan zien we daarna wel verder.”

‘Het delen van woningen uit armoede is onwenselijke situatie.’

Het valt op dat de Eerste Kamer de verantwoordelijke bewindslieden flink achter de broek zit, bijvoorbeeld om te bepalen wat een leefbaar inkomen is.

,,Over het sociaal minimum trekken wij al jaren stevig aan de bel. Het definiëren ervan is jarenlang getraineerd. Hoe ingewikkeld kan het zijn? Het Nibud heeft het al een keer gedaan. Als een regering niet eens bereid is uit te rekenen wat iemand nodig heeft om in zijn eerste levensbehoeften te voorzien kan ik dat niet anders uitleggen dan dat er sprake is van onwil. Het rapport is er nog steeds niet, maar wij houden de staatssecretaris aan de afspraak dat de regering voor 1 juni vertelt wat ze met de uitkomsten van het onderzoek gaat doen.”

Kunt u verklaren waarom minister Plasterk en staatssecretaris Klijnsma het onderzoek voor zich uit bleven schuiven?

,,Kennelijk was er een angst dat er verantwoordelijkheden voor Nederland naar boven zouden komen die ze niet aandurfden.”

Bang dat het Nederland geld gaat kosten?

,,Het gaat zeker ook om geld, maar niet alleen. Ik begrijp best dat je voor een ingewikkelde puzzel staat als je zwart op wit ziet dat het sociaal minimum dat we nu op papier hanteren onvoldoende is om te overleven. Je hebt het bijvoorbeeld over families die met twee of drie generaties in één huis wonen omdat ze anders hun boodschappen niet kunnen betalen. Het delen van woningen uit armoede is een onwenselijke situatie. Dus de consequentie van het onderzoek kan zijn dat er wat moet gebeuren op het gebied van sociale woningbouw, de energietarieven etc. Je komt voor de vraag te staan of de kosten van levensonderhoud omlaag moeten of de uitkeringen en het minimumloon omhoog wat weer grote gevolgen kan hebben voor de economie. Die discussie kun je pas goed voeren als je serieus onder ogen ziet dat grote delen van de bevolking op Bonaire onder de armoedegrens leven. Wij zouden dat voor Oost-Groningen nooit accepteren. Waarom dan wel voor Caribisch Nederland?”

Wat mij opvalt is dat de Eerste Kamer meer dan de Tweede Kamer bovenop het dossier zit.

,,We hebben geen competitie, maar vullen elkaar aan. In deze Kamer spelen de politieke verhoudingen wat minder. Wij houden ons meer bezig met de vraag wat de rechtstatelijke basis is van dit land; hoe gaan we om met burgers. Het argument van de toenmalige minister dat de economie van de eilanden het bestaansminimum moet kunnen dragen is in deze Kamer niet goed gevallen. Als je dat op de mijnstreek van toepassing verklaart, gaan we daar dan de uitkeringen verlagen omdat Limburg te weinig oplevert? Dat kan en mag in een rechtstaat nooit een argument zijn. Je stelt eerst vast wat burgers nodig hebben om het hoofd boven water te houden. Vervolgens heb je op zijn minst de morele plicht, maar ook vanuit allerlei internationale mensenrechtenverdragen en onze eigen Grondwet, stappen te zetten. Over welke stappen zal een socialist een andere opvatting hebben dan een liberaal, maar beiden vinden het niet te accepteren dat een deel van onze burgers in armoede moet leven. Het is dit rechtstatelijke principe dat de Eerste Kamer gedreven maakt op dit dossier.”

‘Het ongenoegen uit zich in een strijd tegen Nederland.’

In de debatten met Plasterk en Klijnsma – beiden PvdA – konden u en uw collega commissieleden nauwelijks hun frustratie verbergen.

,,Ik heb hun houding nooit begrepen; al helemaal niet als je het vanuit hun persoonlijke politieke filosofie beoordeelt. Ik kan niet anders bedenken dan dat zij terugschrokken voor wat er op hun bord zou komen te liggen als eenmaal is vastgesteld dat de uitkeringen en het minimumloon aanzienlijk lager liggen dan het reële bestaansminimum. Maar de prijs van die vertraging is dat mensen op de BES zich in toenemende mate de vraag zijn gaan stellen: waar blijven jullie nou als het nodig is? Het vertrouwen in Nederland en de bereidheid samen te werken is daardoor onder druk komen te staan. Als we er voor zorgen dat het niet nodig is drie banen te hebben om je kinderen te eten te kunnen geven ben ik ervan overtuigd dat de discussie of men bij Nederland wil horen, verdwijnt. Natuurlijk, er blijven altijd wel een paar mensen die het liefst helemaal onafhankelijk willen zijn en dat mag. Ik ken ook Friezen die dat denken. Maar het overgrote deel van mensen is vooral bezig te proberen een decent leven te leiden. Vanuit de rol die we sinds 10-10-10 hebben en het lange verleden dat we delen heeft Nederland de verantwoordelijkheid het mogelijk te maken dat elke burger een fatsoenlijk leven heeft.”

Wat u eigenlijk zegt is dat de regering voorstanders van onafhankelijkheid in de kaart heeft gespeeld.

,,De onvrede over de houding van Nederland leeft in brede lagen van de bevolking. Daarmee is een voedingsbodem gecreëerd waarvan sommigen gebruikmaken. Maar het gros van de bevolking maakt het echt niet uit hoe de bestuursvorm is, als de bestuurders hun zorgplicht maar goed vervullen. Het ongenoegen komt voort uit sociale onzekerheid en dat uit zich in een strijd tegen Nederland. Ik snap dat wel. Ook de Commissie van Wijzen die onderzoek heeft gedaan naar Sint Eustatius heeft geconstateerd dat Nederland steken heeft laten vallen. En dat is niet alleen zo op Statia, maar ook op Bonaire.”

Wordt het onder de huidige regering anders?

,,Ik constateer dat in het regeerakkoord het belang van de koninkrijksrelaties stevig is neergezet, dat ook de organisatie op het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt aangepast en er middelen worden vrijgemaakt. Geld is nooit de enige oplossing, maar het hoort er wel bij. Verder denk ik dat we met de huidige staatssecretaris iemand hebben die straight is, die vindt dat we elkaar moeten kunnen aanspreken op de dingen die niet goed gaan en tegelijkertijd inlevingsvermogen heeft voor wat de mensen op de eilanden nodig hebben. Die mix van aanpakken en echt geïnteresseerd zijn is essentieel voor succes. Maar dan moeten er nu dus wel stappen worden gezet.”

‘Als een wet anders uitpakt dan bedoeld, moet de wet worden gerepareerd.’

Coördinatie is daarvoor evenzeer een voorwaarde en juist daar heeft het sinds 10-10-10 aan ontbroken, zo heeft de Commissie Spies al in 2015 geconcludeerd.

,,In de Eerste Kamer hebben wij het risico van langs elkaar heen werken meteen al onderkend. Vandaar dat alle BES-zaken bij de Commissie KOREL zijn gebleven. Ook de Tweede Kamer en de ministeries zien steeds meer in dat vanwege de schaal van de eilanden een integrale benadering misschien toch handiger is. Dat doet mij goed. Ontschotting helpt bij het oplossen van de problemen die op de eilanden spelen.”

Helemaal goed gaat het nog niet met de coördinatie: de twee ministeries die betrokken zijn bij de uitvoering van de WET elektriciteit en water BES gaan elk hun eigen weg met als gevolg dat de minst draagkrachtigen veel duurder uit zijn voor hun stroom.

,,We moeten ook de hand in eigen boezem steken. Als wetgever hebben wij gedacht dat wij iets goed aan het doen waren, maar dat blijkt dus anders uit te pakken. Het was geen omstreden wet en we hebben een inschattingsfout gemaakt. Als een wet anders uitpakt dan we met zijn allen hadden bedoeld, moet de wet worden gerepareerd. Het probleem lijkt voornamelijk veroorzaakt door de gekozen tariefstructuur, maar die analyse moet wel gemaakt worden. Het is daarom te snel om nu te zeggen dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat er maar meer subsidie bij moeten stoppen. Ik heb de indruk dat het gesprek over een oplossing op gang is gekomen.”

Is dit er een voorbeeld van dat te vaak met een Haagse bril naar de eilanden wordt gekeken?

,,De eilandbesturen zijn geconsulteerd en hebben bij mijn weten op dit punt geen bezwaar gemaakt. Het is gebeurd, het probleem wordt breed onderkend en nu is het essentieel dat we samen een goede oplossing vinden.”

Een bedrijfsongeluk dus waar we verder niets achter moeten zoeken?

,,Voorlopig houd ik het daar op.”

Illustreert dit voorval niet de echte weeffout van 10-10-10, namelijk dat drie piepkleine gemeenten met grote ministeries moeten dealen. Rijksambtenaren denken problemen te kunnen oplossen door een nieuwe wet te maken…

,,Dat speelt mee, maar als politici moeten we ook kritisch naar onszelf durven kijken. Wij proberen goed de eigenheid van de eilandsamenlevingen in het oog te houden, maar in dit geval hebben zelfs de eigen besturen het kennelijk ook over het hoofd gezien. Er is ze gevraagd: denkt u dat het zo kan? Zij krijgen natuurlijk veel wetgeving op zich af en hebben niet altijd de capaciteit om het tot in detail te bestuderen.”

Wat niet kan worden afgedaan als een bedrijfsongeval is de kinderbijslag. Die heeft om te beginnen erg lang op zich laten wachten, maar is bovendien slechts een derde van wat ouders in Europees Nederland ontvangen.

,,Dat wringt. Dat doet het niet alleen bij de kinderbijslag, maar ook bij de AOV en de onderstand. Dat hele pakket moeten we bekijken in samenhang met het rapport over het bestaansminimum. Op zichzelf vind ook ik het raar dat er zo’n groot verschil is, maar als je op een andere manier kunt regelen dat gezinnen in staat worden gesteld kinderen waardig op te laten groeien vind ik dat prima. Niet alles hoeft op de Nederlandse manier. Dat is de fout die we de afgelopen jaren te vaak hebben gemaakt. Het hoeft niet op zijn Nederlands, als de uitkomst maar rechtvaardig is.”

‘Geen eilandbewoner verwacht en wil dat het net zo wordt als in Europees Nederland’

Over enkele weken verschijnt het rapport over het bestaansminimum. Papier is geduldig, met de bevindingen van de Commissie Spies is ook weinig gedaan.

,,Zodra het rapport op tafel ligt zal meteen de urgentie worden gevoeld er wat mee te doen. Interessant wordt de inhoudelijke reactie van de regering. We hebben er op gehamerd dat die er voor 1 juni moet zijn. De eilanden wachten al te lang dus wij houden vast aan die datum. Vervolgens zal er een discussie ontstaan over de oplossingsrichting. Ik zie drie lijnen. De eerste zal zijn of eerste levensbehoeften goedkoper kunnen worden gemaakt, bijvoorbeeld door lokale landbouw te stimuleren. De tweede lijn is zorgen dat er meer en beter betaalde banen komen. De derde is kijken wat je in de uitkerings- en belastingsfeer kunt doen om de meest kwetsbaren te helpen een menswaardig bestaan te hebben.”

En dat gaat ‘Den Haag’ uitmaken?

,,Het is de rol van de regering om met ideeën te komen, maar daarvoor eerst te luisteren naar de bestuurders en volksvertegenwoordigers op de eilanden, ondernemers, consumentenorganisaties en noem maar op.”

Dus dan gaat het nog wel even duren voordat de mensen op Bonaire er iets van merken?

,,De inbreng van al die partijen moet zich in het najaar uitkristalliseren in beleid waaraan concrete stappen worden verbonden. Sommige zaken kun je op heel korte termijn regelen. Als we willen, kunnen we de kinderbijslag binnen een maand verhogen, maar als je werkgelegenheid wil scheppen door de economie aan te jagen heeft dat pas over twee tot drie jaar effect. Je kunt moeilijk zeggen: wij erkennen dat u in diepe armoede leeft, maar als u een paar jaar geduld heeft gaat het misschien beter. Die periode kan met tijdelijke maatregelen worden overbrugd. Je kunt denken aan het subsidiëren van de energiekosten en het bouwen van betaalbare woningen waarmee je bovendien werkgelegenheid bevordert.”

Als het waar is dat versterking van de economie dé uitweg uit de armoede is, waarom is het ministerie van Economische Zaken – nota bene onder toenmalig minister Kamp die de eilanden toch door en door kent – al die jaren zo passief gebleven?

,,Kamp was in alles terughoudend. Zijn opvolger (Eric Wiebes; red) stelt zich actiever op. We zullen hem er op aanspreken wat hij denkt te kunnen doen om de economieën in Caribisch Nederland aan te jagen. Op het gebied van duurzame ontwikkeling liggen daar – ook voor het Nederlandse bedrijfsleven – goede kansen.”

De keerzijde van economische groei is dat de eigenheid van de eilanden wordt aangetast.

,,Geen eilandbewoner verwacht en wil dat het net zo wordt als in Europees Nederland. Maar in krotten leven, geen geld hebben voor het vervoer van je kinderen naar school of voor een fatsoenlijke maaltijd, dat hoort niet. Dat mogen wij niet accepteren.”

Note: Onderleiding van de toenmalige directeur van Unkobon, Hans Evers, is onderstaand NIBUD rapport in 2014 samen met het Openbaar Lichaam Bonaire uitgebracht.