Tips & trucs: Scholing / onderwijs
Funderend Onderwijs
Het Funderend Onderwijs gaat uit van een ononderbroken
leerweg voor leerlingen van 4 tot 15 jaar, verdeeld in drie cycli.
De eerste is voor leerlingen 4 tot 8 jaar; de tweede voor kinderen
in leeftijd van 8-12 jaar en de derde cyclus is voor jongens en
meisjes 12-15 jaar. Met andere woorden dit nieuwe onderwijs type
zal gaande weg (tussen 2002 en 2010) het vroegere kleuteronderwijs
en de huidige basisschool en basisvorming vervangen door het Funderend
Onderwijs.
De onderwijskundige en pedagogisch-didactische
kenmerken van het Funderend Onderwijs zijn:
• Een periode van 10 jaar van ontwikkelingsgericht, gezamenlijk,
funderend en selectievrij onderwijs.
• De introductie van de moedertaal van de meerderheid van
de bevolking als instructietaal in de aanvangsgroepen
• Flexibele progressie.
• Een grote mate van individualisering door middel van differentiatie.
• Een grote mate van maatschappijgerichtheid en engagement.
• De uitwerking van ontwikkelingsgericht onderwijs in thema's
waarbij alle onderdelen van het curriculum worden aangeboden met
zoveel mogelijk aansluiting op de levensechte werkelijkheid.
In het Funderend Onderwijs dient in acht educatiegebieden
onderricht te worden, te weten:
1. Taal, geletterdheid en communicatie
2. Wiskunde
3. Mens en maatschappij
4. Mens, natuur en technologie
5. Culturele en artistieke vorming
6. Gezonde levenstijl en bewegingsonderwijs
7. Sociaal emotionele vorming
8. Algemene mensvorming
Ingrediënten van de invoeringstrategie van
het Funderend Onderwijs
• De invoering zal schooljaar na schooljaar plaatsvinden (cohort
systematiek). Het Funderend Onderwijs is per schooljaar 2002-2003
officieel ingegaan met de implementatie van het eerste jaar van
de eerste cyclus. Dit schooljaar (2003-2004) is het tweede jaar
geïntroduceerd.
• Vertaling van de nieuwe pedagogisch-didactische inzichten
in nieuwe vormen van lesgeven en klas management.
• Ondersteuning aan schoolbesturen / scholen door extra personeel,
nascholing in kennis en praktische vaardigheden, nieuwe leermiddelen
en materialen en door aanpassingen in de infrastructuur.
|